Gepost door: 3xNix | 6 februari 2011

Ik heb mezelf zojuist in het hokje van de “meneren” geplaatst.

Na zo’n vijf kilometer begint mijn bril regelmatig te beslaan. Dan weer aan de binnenkant omdat er een soort broeikaseffect ontstaat tussen mijn zwetende hoofd en mijn bril,  dan weer aan de buitenkant door de nevel van de woeste golven van de Westerschelde die breken op het strand van Dishoek.

Het is een heerlijke avond om hard te lopen, niet te warm en niet te koud,  de gebruikelijke zuidwesten wind en  een mooie heldere lucht. Ik kan Breskens  (AKA “d’overkant”)  goed zien. De zee ruikt heerlijk en bevestigd de woorden die Pascal zo mooi zingt “… de zoute zee slaakt een diepe zilte  zucht”.

Ik ben helemaal in mijn element, het enige wat ontbreekt is dat “Corsten’s Countdown” niet nog harder kan. Stand onverstandig hard  zit, keurig verantwoord, helaas niet op mijn iPhone.

Verderop wandelt een groepje jongelui, petjes op en sportschoenen aan. Aan hun lichaamstaal zie ik dat ze nogal luidruchtig zijn. Omdat het zo lekker makkelijk is knal ik ze gelijk in het “tuig / de jeugd van tegenwoordig”-hokje en erger me alvast preventief aan irritant gedrag wat ze “eventueel – misschien – straks – zouden – kunnen” gaan vertonen.

Als ik ze passeer bevestigen ze dat ze in  het juist hokje zitten. Ze beginnen te klappen en te joelen. Ik bedenk me dat als ik een hond tegen kom en denk dat tie gaat blaffen en grommen, dat dan ook altijd gebeurt. Is dit mijn straf omdat ik ze zonder eerlijk proces had veroordeeld?

Ik probeer het er met een geintje van af te brengen en doe mijn handen onder hun gejuich in de lucht alsof ik als eerste over een denkbeeldige finish loop.

Shit…..                                                                                                                                                                         ze hebben bedacht dat het wel leuk is om met me mee te rennen. Nu kan ik 3 dingen doen bedenk ik: 1 stoïcijns doorlopen en ze gewoon negeren; 2 mijn tempo iets opvoeren, ik rook dat ze gedronken hadden, dit zouden ze nooit lang volhouden; of 3 de -dood of de gladiolen- tactiek: Koptelefoon af, tempo wat omlaag en er maar het beste van maken.

Ik kies voor optie 3 en fake in eerste instantie dat ik het gezellig vind dat ze mee lopen. Ze vertellen dat ze een vriendengroepje uit Westkapelle zijn en vandaag spontaan op het idee waren gekomen om naar Vlissingen te wandelen en om dan bij iedere strandtent een biertje te scoren.  Ze waren inmiddels al een eind op weg, zowel qua verbruik als qua afstand, ik schat zo’n 10 Km en 10 strandtenten.

Eigenlijk zijn het best aardige gasten. Ik verbaas me dat ze het nog zo lang volhouden. Ze vertellen Dat ze elkaar van de voetbal kennen, sommigen lopen ook wel eens hard. Ze moeten lachen als ik ze vertel dat ik me net Forrest Gump  voel met al die mensen achter me aan. Nadat ze ca. 2,5 KM met me mee zijn gelopen nemen ze afscheid, ik neem nog snel een foto met mijn iPhone en zeg dat ik hem op twitter zal gooien onder  #lovezeeland maar ze blijken niet op twitter rond te hangen.

Ik verwelkom Ferry Corsten weer en samen rennen we  verder. Terwijl de zon verder onder gaat, denk ik terug aan de afgelopen 15 minuten. Ik ben erg teleurgesteld in mijzelf want waar ik dacht zeer openminded en tolerant te zijn was ik gewoon zwaar bevooroordeeld. Toch was ik ook wel trots omdat ik de juiste keuze had gemaakt door mijn koptelefoon af te zetten. Het was gewoon lachen met die gasten.  Als ik was doorgelopen had ik dat toch gemist. Jammer dat ze niet twitteren mijmer ik terwijl ik glimlach dat een mens zich zo kan vergissen.

Zonder dat ik het besef schop ik ze 1 minuut later weer keihard terug in hun hok. “Ik zal wel net mazzel hebben gehad, ze waren waarschijnlijk in een goede bui, ze kwamen nota bene uit ‘dat dorp’ Westkapelle”.

Dan sluit Ferry (ik mag inmiddels gewoon Ferry zeggen) af met een dankwoord en dat we voor de Podcast van volgende week op weer op zijn website kunnen stemmen. Daarna stilte. Ik zet mijn koptelefoon maar  af.

“Hey, heeeey, heeeeeeey meneeeheer!” hoor ik in de verte (tot vandaag had ik de illusie nog steeds een jongen te zijn. Terecht plaatsten ze mij in het “menerenhokje”, het voelt als een straf. Had ik hun maar niet in het “tuig / jeugd van tegenwoordig- hokje” moeten plaatsen). Ik draai me om en verlaag het tempo als ik een van de gasten van darnet nog steeds achter me aan zie lopen. Omdat ik ze toch net weer terug in hun hok had gezet ga ik voor het gemak weer verder op die gedachte: “Wat voor geintje wil hij met me uithalen” en “och gut het patsertje wil aan zijn vriendjes laten zien dat hij me makkelijk bij kan houden”. Ik wil me echter niet laten kennen en roep, terwijl hij me langzaam nadert: “Hey bikkel, je houdt het nogal lang vol” (wat ook zeker niet gelogen was want ik had het  tempo de laatste 1,5 KM flink opgevoerd om het getreuzel van daarvoor weer goed te maken). Als hij bij me is, stopt hij.  Hij stort bijna in. Uitgeput en hijgend alsof hij ongetraind een marathon had gelopen en ieder moment neer kon vallen kreunt hij: “Is dit uw sleutel?”

Instinctief begin ik als een ware  Michael Jackson mezelf te betasten opzoek naar mijn voordeursleutel en concludeer (teleurgesteld dat mijn hokjesgeest er weer naast zat) dat dat inderdaad mijn sleutel is. Hij verteld dat ze hem toevallig in het zand zagen liggen enkele minuten nadat ze me hadden uitgezwaaid. Omdat hij de beste conditie had was besloten dat hij het klusje moest klaren en mij moest zien in te halen.

Wat had ik me weer vergist. Nu zou ik mijn lesje toch wel geleerd hebben? Waarschijnlijk wel zul je denken.  Niets is echter minder waar, ik heb het hokje “jeugd van tegenwoordig” gewoon een beetje aangepast en daar passen ze nu weer overzichtelijk allemaal in, lekker makkelijk.

Na zo’n vijf kilometer begint mijn bril regelmatig te beslaan. Dan weer aan de binnenkant omdat er een soort broeikaseffect ontstaat tussen mijn zwetende hoofd en mijn bril,  dan weer aan de buitenkant door de nevel van de woeste golven van de Westerschelde die breken op het strand van Dishoek.

Het is een heerlijke avond om hard te lopen, niet te warm en niet te koud,  de gebruikelijke zuidwesten wind en  een mooie heldere lucht. Ik kan Breskens  (AKA “d’overkant”)  goed zien. De zee ruikt heerlijk en bevestigd de woorden die Pascal zo mooi zingt “… de zoute zee slaakt een diepe zilte  zucht”.

Ik ben helemaal in mijn element, het enige wat ontbreekt is dat “Corsten’s Countdown” niet nog harder kan. Stand onverstandig hard  zit, keurig verantwoord, helaas niet op mijn iPhone.

Verderop wandelt een groepje jongelui, petjes op en sportschoenen aan. Aan hun lichaamstaal zie ik dat ze nogal luidruchtig zijn. Omdat het zo lekker makkelijk is knal ik ze gelijk in het “tuig / de jeugd van tegenwoordig”-hokje en erger me alvast preventief aan irritant gedrag wat ze “eventueel – misschien – straks – zouden – kunnen” gaan vertonen.

Als ik ze passeer bevestigen ze dat ze in  het juist hokje zitten. Ze beginnen te klappen en te joelen. Ik bedenk me dat als ik een hond tegen kom en denk dat tie gaat blaffen en grommen, dat dan ook altijd gebeurt. Is dit mijn straf omdat ik ze zonder eerlijk proces had veroordeeld?

Ik probeer het er met een geintje van af te brengen en doe mijn handen onder hun gejuich in de lucht alsof ik als eerste over een denkbeeldige finish loop.

Shit…..                                                                                                                                                                         ze hebben bedacht dat het wel leuk is om met me mee te rennen. Nu kan ik 3 dingen doen bedenk ik: 1 stoïcijns doorlopen en ze gewoon negeren; 2 mijn tempo iets opvoeren, ik rook dat ze gedronken hadden, dit zouden ze nooit lang volhouden; of 3 de -dood of de gladiolen- tactiek: Koptelefoon af, tempo wat omlaag en er maar het beste van maken.

Ik kies voor optie 3 en fake in eerste instantie dat ik het gezellig vind dat ze mee lopen. Ze vertellen dat ze een vriendengroepje uit Westkapelle zijn en vandaag spontaan op het idee waren gekomen om naar Vlissingen te wandelen en om dan bij iedere strandtent een biertje te scoren.  Ze waren inmiddels al een eind op weg, zowel qua verbruik als qua afstand, ik schat zo’n 10 Km en 10 strandtenten.

Eigenlijk zijn het best aardige gasten. Ik verbaas me dat ze het nog zo lang volhouden. Ze vertellen Dat ze elkaar van de voetbal kennen, sommigen lopen ook wel eens hard. Ze moeten lachen als ik ze vertel dat ik me net Forrest Gump  voel met al die mensen achter me aan. Nadat ze ca. 2,5 KM met me mee zijn gelopen nemen ze afscheid, ik neem nog snel een foto met mijn iPhone en zeg dat ik hem op twitter zal gooien onder  #lovezeeland maar ze blijken niet op twitter rond te hangen.

Ik verwelkom Ferry Corsten weer en samen rennen we  verder. Terwijl de zon verder onder gaat, denk ik terug aan de afgelopen 15 minuten. Ik ben erg teleurgesteld in mijzelf want waar ik dacht zeer openminded en tolerant te zijn was ik gewoon zwaar bevooroordeeld. Toch was ik ook wel trots omdat ik de juiste keuze had gemaakt door mijn koptelefoon af te zetten. Het was gewoon lachen met die gasten.  Als ik was doorgelopen had ik dat toch gemist. Jammer dat ze niet twitteren mijmer ik terwijl ik glimlach dat een mens zich zo kan vergissen.

Zonder dat ik het besef schop ik ze 1 minuut later weer keihard terug in hun hok. “Ik zal wel net mazzel hebben gehad, ze waren waarschijnlijk in een goede bui, ze kwamen nota bene uit ‘dat dorp’ Westkapelle”.

Dan sluit Ferry (ik mag inmiddels gewoon Ferry zeggen) af met een dankwoord en dat we voor de Podcast van volgende week op weer op zijn website kunnen stemmen. Daarna stilte. Ik zet mijn koptelefoon maar  af.

“Hey, heeeey, heeeeeeey meneeeheer!” hoor ik in de verte (tot vandaag had ik de illusie nog steeds een jongen te zijn. Terecht plaatsten ze mij in het “menerenhokje”, het voelt als een straf. Had ik hun maar niet in het “tuig / jeugd van tegenwoordig- hokje” moeten plaatsen). Ik draai me om en verlaag het tempo als ik een van de gasten van darnet nog steeds achter me aan zie lopen. Omdat ik ze toch net weer terug in hun hok had gezet ga ik voor het gemak weer verder op die gedachte: “Wat voor geintje wil hij met me uithalen” en “och gut het patsertje wil aan zijn vriendjes laten zien dat hij me makkelijk bij kan houden”. Ik wil me echter niet laten kennen en roep, terwijl hij me langzaam nadert: “Hey bikkel, je houdt het nogal lang vol” (wat ook zeker niet gelogen was want ik had het  tempo de laatste 1,5 KM flink opgevoerd om het getreuzel van daarvoor weer goed te maken). Als hij bij me is, stopt hij.  Hij stort bijna in. Uitgeput en hijgend alsof hij ongetraind een marathon had gelopen en ieder moment neer kon vallen kreunt hij: “Is dit uw sleutel?”

Instinctief begin ik als een ware  Michael Jackson mezelf te betasten opzoek naar mijn voordeursleutel en concludeer (teleurgesteld dat mijn hokjesgeest er weer naast zat) dat dat inderdaad mijn sleutel is. Hij verteld dat ze hem toevallig in het zand zagen liggen enkele minuten nadat ze me hadden uitgezwaaid. Omdat hij de beste conditie had was besloten dat hij het klusje moest klaren en mij moest zien in te halen.

Wat had ik me weer vergist. Nu zou ik mijn lesje toch wel geleerd hebben? Waarschijnlijk wel zul je denken.  Niets is echter minder waar, ik heb het hokje “jeugd van tegenwoordig” gewoon een beetje aangepast en daar passen ze nu weer overzichtelijk allemaal in, lekker makkelijk.

Advertenties

Responses

  1. Hoi René, mooi stuk! Grappige ervaring.

    Groet,
    Marco

    • Hoi Marco,
      Was een goede spiegel voor me. Bedankt voor je reactie!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: